Reglement GOR Rijk

Download het Reglement GOR Rijk (PDF, 221 kB) als printversie.

Begripsbepalingen

Artikel 1

Dit reglement verstaat onder:

  1. ondernemer: de Staat der Nederlanden;
  2. ondernemingen: de in bijlage 1 opgenomen onderdelen van de rijksoverheid.
  3. ondernemingsraad: de bij de onder b. genoemde ondernemingen ingestelde overkoepelende ondernemingsraad, bij ministeries veelal genoemd departementale ondernemingsraad (DOR);
    de overkoepelende ondernemingsraden (DORen) vaardigen vanuit hun midden leden af naar de Groepsondernemingsraad Rijk;
  4. GOR Rijk: de groepsondernemingsraad voor de onder b genoemde ondernemingen, genaamd Groepsondernemingsraad Rijk;
  5. bestuurder: de secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; Bij diens afwezigheid treedt de directeur-generaal DGDOO (directoraat-generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie) als plaatsvervangend bestuurder op (dit overeenkomstig het “besluit van 22 mei 2015 tot instelling GOR Rijk”).
  6. de wet: de Wet op de ondernemingsraden;
  7. toehoorder van Defensie: de persoon aangewezen door de Centrale medezeggenschapscommissie (CMC) van het Ministerie van Defensie;
  8. toehoorders: andere personen dan de leden en de toehoorder van Defensie die de vergadering bijwonen; deze hebben geen spreekrecht.
  9. vergadering: overleg tussen leden van de GOR Rijk:
    • in de vorm van een fysieke bijeenkomst of
    • met behulp van verbindingen via digitale hulpmiddelen of
    • een mengvorm hiervan: hybride vergadering.

Samenstelling

Artikel 2

  1. De GOR Rijk bestaat uit leden die afgevaardigd worden uit de ondernemingsraden als bedoeld onder artikel 1 sub c.

    Voor een evenwichtige samenstelling van de GOR Rijk die recht doet aan de getalsverhoudingen en de verschillende groepen van in de betrokken ondernemingen werkzame personen is de afvaardiging als volgt samengesteld:

    1. De ondernemingsraad van een onderneming met een aantal werkzame personen tot 1000 medewerkers vaardigt uit zijn midden één lid af voor de GOR Rijk.
    2. De ondernemingsraad van een onderneming met een aantal werkzame personen van 1000 tot 10.000 medewerkers vaardigt uit zijn midden twee leden af voor de GOR Rijk.
    3. De ondernemingsraad van een onderneming met een aantal werkzame personen van 10.000 tot 15.000 medewerkers vaardigt uit zijn midden drie leden af voor de GOR Rijk.
    4. De ondernemingsraad van een onderneming met een aantal werkzame personen van 15.000 tot 20.000 medewerkers vaardigt uit zijn midden vier leden af voor de GOR Rijk.
    5. De ondernemingsraad van een onderneming met een aantal werkzame personen van 20.000 tot 25.000 medewerkers vaardigt uit zijn midden vijf leden af voor de GOR Rijk.
    6. De ondernemingsraad van een onderneming met een aantal werkzame personen van 25.000 of meer medewerkers vaardigt uit zijn midden zes leden af voor de GOR Rijk.
  2. Tevens vaardigt elke ondernemingsraad uit zijn midden ten minste één plaatsvervangend lid af.

  3. De plaatsvervanger heeft dezelfde rechten en plichten als het lid dat hij vervangt.

    De ondernemingsraad bepaalt zelf hoe de vervanging wordt geregeld. Dat kan door evenzoveel plaatsvervangers aan te wijzen als er leden naar de GOR Rijk afgevaardigd zijn of voor alle door de ondernemingsraad afgevaardigde leden naar de GOR Rijk één vast plaatsvervangend lid.

    De plaatsvervangende leden hebben alleen spreek- en stemrecht indien zij daadwerkelijk optreden als vervanger voor een van de afwezige leden van hun ondernemingsraad.

  4. Het op basis van lid 1 toe te kennen aantal zetels per ondernemingsraad wordt jaarlijks door de GOR Rijk bepaald op basis van het aantal medewerkers (personele bezetting) per 1 januari.

    Het aantal medewerkers per onderneming wordt gebaseerd op de door P-Direkt aan te leveren gegevens.

    De GOR Rijk zal op basis van de ontvangen gegevens, jaarlijks in mei bepalen of aanpassing van het aantal zetels aan de orde is.

    In verband met een goede toepassing van de WOR gaat het voor wat betreft het aantal werkzame personen per onderneming voor het toekennen van het aantal zetels om medewerkers in dienst van het ministerie.

    Uitzendkrachten, inleenkrachten en gedetacheerden die werkzaamheden verrichten voor de onderneming worden daarbij buiten beschouwing gelaten in verband met het ontbreken van betrouwbare gegevens.

  5. De leden van de GOR Rijk en hun plaatsvervangers hebben zitting voor de duur dat zij door hun ondernemingsraden zijn afgevaardigd. Het afvaardigen naar de GOR Rijk vindt plaats binnen twee maanden nadat de samenstelling in de desbetreffende ondernemingsraad duidelijk is. Wanneer ondernemingsraden niet komen tot aanwijzing van leden voor de GOR Rijk blijven die zetels vacant totdat afvaardiging alsnog heeft plaatsgevonden.

  6. De zittingsduur van de leden van de GOR Rijk en hun plaatsvervangers kent geen termijn.

Dagelijks Bestuur

Artikel 3

  1. De GOR Rijk kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.

  2. De voorzitter of bij diens verhindering zijn plaatsvervanger, vertegenwoordigt de GOR Rijk in rechte.

  3. De GOR Rijk kiest uit zijn midden een secretaris en een extra lid van het dagelijks bestuur.

  4. Het dagelijks bestuur bestaat uit vier personen te weten een voorzitter, een plaatsvervangend voorzitter, een secretaris en een extra lid.

  5. Indien de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter afwezig zijn, zijn de overige leden van het dagelijks bestuur bevoegd, behoudens het bepaalde in artikel 6 lid 1 inzake het leiden van de vergaderingen

  6. Het dagelijks bestuur is belast met de dagelijkse gang van zaken en de coördinatie van de werkzaamheden van de GOR Rijk. Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het nemen van organisatorische en uitvoerende beslissingen die nodig zijn ten behoeve van het functioneren van de GOR Rijk. Tevens is het dagelijks bestuur bevoegd tot het optreden in spoedeisende situaties. Het dagelijks bestuur is hierbij transparant naar de leden van de GOR Rijk en informeert de GOR Rijk over alle relevante ontwikkelingen en acties.

    Het dagelijks bestuur is niet bevoegd tot het nemen van besluiten die op grond van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) aan de voltallige GOR Rijk zijn voorbehouden, zoals bijvoorbeeld het uitbrengen van advies, het geven van instemming of het afzien van het geven van advies of instemming.

  7. Het dagelijks bestuur heeft een zittingstermijn van drie jaar. De verkiezing van de leden van het dagelijks bestuur vindt plaats in de maand februari na afloop van elk derde jaar.

  8. De leden zijn terstond herkiesbaar, doch kunnen maximaal één keer aansluitend herkozen worden.

  9. Indien een lid van het dagelijks bestuur gekozen is op een tussentijdse vacature telt deze niet mee voor het bepaalde in de in lid 8 bepaalde termijn indien de zittingstermijn van het betreffende lid korter is dan 18 maanden.

  10. De formele overdracht van het dagelijks bestuur vindt plaats binnen twee weken na de verkiezingen. In uitzonderlijke gevallen kan de GOR Rijk deze termijn verlengen tot maximaal vier weken. Het vertrekkende dagelijkse bestuur organiseert hiertoe een overdrachtssessie met het nieuwe dagelijkse bestuur waarin taken, verantwoordelijkheden en lopende zaken worden overgedragen aan het nieuwe dagelijkse bestuur.

  11. Het ambtelijk secretariaat ondersteunt het dagelijks bestuur op structurele basis. Het is geen lid en heeft geen stemrecht, maar neemt standaard deel aan DB-vergaderingen in een adviserende en faciliterende rol.

  12. Bij voorkeur komen de leden van het dagelijks bestuur uit verschillende departementen.

Voorziening in (tussentijdse) vacatures

Artikel 4

Bij beëindiging van de afvaardiging van een lid draagt een ondernemingsraad als bedoeld onder 1 sub c er zorg voor dat hij binnen twee maanden een nieuw lid afvaardigt. Bij niet tijdige aanwijzing is de laatste volzin van art 2 lid 5 van overeenkomstige toepassing.

Organiseren GOR Rijk vergadering

Artikel 5

  1. De GOR Rijk vergadert in principe maandelijks eventueel behoudens vakantieperiodes.

    Daarnaast op gemotiveerd verzoek van ten minste twee leden van verschillende aan de GOR Rijk deelnemende ondernemingen.

  2. Het dagelijks bestuur bepaalt tijd en plaats van de vergadering met inachtneming van het bepaalde in artikel 6 lid 2.

    Een vergadering op verzoek van ten minste twee leden van verschillende aan de GOR Rijk deelnemende ondernemingen wordt gehouden binnen veertien dagen nadat hun verzoek daartoe bij de voorzitter is ontvangen.

  3. De oproeping tot vergadering geschiedt door het ambtelijk secretariaat, door middel van een schriftelijke (zijnde e-mailbericht) kennisgeving aan de leden van de GOR Rijk.

    De oproeping geschiedt, behoudens in spoedeisende gevallen, niet later dan zeven kalenderdagen voor de vergadering.

  4. Een vergadering kan slechts plaatsvinden indien de meerderheid van de leden van de GOR Rijk aanwezig is. Vacante zetels worden daarbij niet meegeteld. Is het aantal vereiste leden niet aanwezig dan wordt binnen twee weken een nieuwe vergadering gehouden of wordt de gehele vergadering opgeschoven naar het eerstvolgende moment op de vergaderkalender. Deze vergadering vindt doorgang ongeacht het aantal aanwezige leden.

  5. Indien bij aanvang van de vergadering het vereiste quorum niet aanwezig is, kan de vergadering wel doorgaan als informatieve of overlegbijeenkomst. In deze vergadering kunnen echter geen formele besluiten worden genomen.

Artikel 6

  1. Indien bij een vergadering van de GOR Rijk de voorzitter en diens plaatsvervanger verhinderd zijn, kiest de GOR Rijk uit de aanwezige leden een voorzitter voor de vergadering.

  2. De GOR Rijk vergadert in principe in Utrecht door fysiek bijeenkomen. Indien hiertoe aanleiding is kunnen vergaderingen voor alle of een deel van de leden digitaal gehouden worden. Digitale deelname wordt voor de toepassing van dit artikel en de artikelen 5, 9 en 12 aangemerkt als aanwezigheid. Een combinatie van deels digitaal en deels fysiek vergaderen, zogenaamd hybride vergaderen, is echter slechts mogelijk met dien verstande dat de leden die fysiek aan de vergadering deel willen nemen daartoe in staat gesteld moeten worden. Dit laatste lijdt uitzondering indien een landelijke of regionale noodtoestand fysieke aanwezigheid onmogelijk maakt. Tot een incidentele digitale of hybride vergadering kan het dagelijks bestuur zelfstandig besluiten. Een besluit om gedurende een langere periode digitaal of hybride te vergaderen kan slechts door de GOR Rijk worden genomen op gemotiveerd voorstel van het dagelijks bestuur.

  3. De voorbereiding en afhandeling van besluiten van de GOR Rijk vindt zoveel mogelijk op digitale wijze plaats. Ook de agenda en vergaderstukken worden digitaal verspreid.

  4. De GOR Rijk vraagt de centrale medezeggenschapscommissie van Defensie één toehoorder af te vaardigen naar de GOR Rijkvergaderingen, omdat het Ministerie van Defensie niet is vertegenwoordigd in de GOR Rijk.

    Deze toehoorder heeft in de GOR Rijkvergadering spreekrecht maar geen stemrecht.

    Deze toehoorder wordt op vergelijkbare wijze als een lid van de GOR Rijk van informatie voorzien en is in voorkomende gevallen op gelijke wijze als een lid van de GOR Rijk aan geheimhouding gebonden.

  5. De GOR Rijk vergadert in principe tussen 09.00u – 17.00u en kan uitsluitend ten behoeve van de verslaglegging gebruik maken van geluidsopnames.

Het Secretariaat van de GOR Rijk

Artikel 7

  1. Het ambtelijk secretariaat wordt gevormd door functionarissen die belast zijn met de ondersteuning van de GOR Rijk, maar geen lid zijn van de GOR Rijk.

  2. Het ambtelijk secretariaat ondersteunt de GOR Rijk en is verantwoordelijk voor:

    • Het faciliteren (zoals bijvoorbeeld opstellen en verspreiden agenda en notuleren) van de vergaderingen van de GOR Rijk;
    • Het verzorgen van de administratie (zoals bijvoorbeeld beheer van de correspondentie, archiveren van alle relevante documenten, het bijhouden van de ledenadministratie) van de GOR Rijk en het beheren en opzetten van een Kennisbank betreffende medezeggenschapsaangelegenheden;
    • Het bewaken van de naleving van wettelijke termijnen en procedures;
    • Het ondersteunen bij de organisatie van verkiezingen en andere GOR Rijk-activiteiten
    • Het gevraagd en ongevraagd adviseren over medezeggenschapsaangelegenheden;
    • Onderhouden van contacten met andere Medezeggenschapsorganen en het Bestuurlijk Secretariaat van de GOR Rijk;
    • De (mede-) organisatie van evenementen.
  3. Het ambtelijk secretariaat werkt inhoudelijk onder de verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur. De (gekozen) secretaris fungeert als aanspreekpunt voor procedurezaken en draagt bij aan een soepel verloop van de besluitvorming binnen het dagelijks bestuur en de GOR Rijk.

Opstellen Agenda

Artikel 8

  1. Het ambtelijk secretariaat stelt in overleg met de voorzitter voor iedere vergadering een agenda op. Ieder lid van de GOR Rijk kan het ambtelijk secretariaat verzoeken een onderwerp op de agenda te plaatsen.

  2. Het ambtelijk secretariaat is ervoor verantwoordelijk dat de agenda ter kennis van de leden van de GOR Rijk komt, alsmede aan de bestuurder, en bevordert zoveel als in zijn vermogen ligt, dat de in de ondernemingen werkzame personen van de agenda kunnen kennisnemen.

    Behoudens in spoedeisende gevallen geschiedt de bekendmaking van de agenda en de bijbehorende stukken niet later dan zeven dagen voor de vergadering van de GOR Rijk.

Beslissen in de GOR Rijk

Artikel 9

  1. Een besluit kan pas door de GOR Rijk worden genomen indien de meerderheid (quorum) van de in artikel 2 genoemde leden aanwezig is. Vacante zetels tellen niet mee voor het bepalen van het quorum.

  2. De GOR Rijk stemt over zaken in een vergadering waarbij men fysiek aanwezig is middels handopsteking. De GOR Rijk stemt over zaken bij digitale of hybride vergaderingen hoofdelijk, waarbij de het ambtelijk secretariaat zorgdraagt voor de lijst met stemgerechtigden. Het is de bedoeling dat er dan alleen gestemd wordt en dat er geen vragen gesteld worden; korte stemverklaringen zijn wel toegestaan.

  3. In spoedeisende gevallen kan besluitvorming van de GOR Rijk ook buiten een vergadering plaatsvinden door middel van digitale raadpleging via e-mail. Hierbij wordt door de voorzitter en/of de secretaris in een e-mailbericht duidelijk aangegeven waarover voorgesteld wordt te beslissen en waarom een digitale raadpleging noodzakelijk wordt geacht. De leden van de GOR Rijk kunnen hiertegen binnen twee werkdagen bezwaar maken (bezwaarfase); wanneer geen meerderheid van de leden bezwaar heeft gemaakt tegen een dergelijke raadpleging vindt deze doorgang.

    Hiervan wordt vervolgens mededeling gedaan aan de leden van de GOR Rijk. Ook indien er in de voorafgaande bezwaarfase al een concepttekst voor het door de GOR Rijk te nemen besluit was meegezonden, wordt de tekst - welke intussen dus nog kan zijn aangepast – (nogmaals) bijgevoegd. De leden van de GOR Rijk krijgen vervolgens twee volledige werkdagen de gelegenheid om schriftelijk voorstellen te doen tot wijziging van het conceptbesluit en daarover onderling in discussie te gaan; er wordt in deze discussiefase dus niet gestemd en niet alleen de mogelijkheid gegeven van een standpunt in de vorm van ja/nee/onthouding. Na deze fase volgt formeel stemming, waarbij zo nodig voorstellen tot aanpassing van (de tekst van) het besluit afzonderlijk in stemming worden gebracht. De stemming eindigt niet eerder dan na het verstrijken van twee volledige werkdagen na de oproep hiertoe. Indien een lid niet tijdig reageert op een oproep in de eerste of derde fase wordt er actief langs ook andere weg dan via e-mail contact gezocht met desbetreffende. Als na contact een reactie alsnog uitblijft, wordt ervan uitgegaan dat men zich onthoudt van stemming. Wanneer echter geen contact tot stand is gekomen wordt een plaatsvervanger benaderd. Nadat alle leden of daarvoor optredende plaatsvervangers hebben gereageerd met stellingname ten aanzien van het gevraagde, waaronder mede wordt begrepen onthouding van stemming wordt het besluit genomen op basis van gewone meerderheid, binnen 2 werkdagen - door de secretaris - aan de leden gecommuniceerd.

  4. De GOR Rijk beslist bij gewone meerderheid van stemmen van de op het moment van stemming aanwezige leden.

    Voor de bepaling of aan dit voorschrift wordt voldaan, tellen blanco stemmen niet mee.

    Ieder lid kan één stem uitbrengen.

  5. Over personen wordt altijd schriftelijk gestemd. Over zaken wordt mondeling gestemd tenzij de GOR Rijk anders besluit. Ingeval van een digitale of hybride vergadering wordt voor het stemmen over personen een daarvoor geschikt systeem gebruikt. Het te gebruiken systeem wordt pas ingezet nadat de GOR Rijk hiermee heeft ingestemd.

  6. Indien bij een besluit met betrekking tot de benoeming van een persoon geen van de kandidaten bij de eerste stemming de gewone meerderheid haalt, vindt herstemming plaats tussen de twee kandidaten die bij de eerste stemming de meeste stemmen kregen.

    Indien bij de bepaling van de twee hoogste geëindigde kandidaten meerdere kandidaten gelijk eindigen bepaalt het lot welke kandidaat het hoogste eindigt.

    Bij deze herstemming is degene die de meeste stemmen op zich heeft verenigd, gekozen.

    Indien de stemmen staken beslist het lot.

  7. Bij staking van stemmen over een voorstel tot een door de GOR Rijk te nemen besluit dat geen betrekking heeft op een te benoemen persoon, wordt dit voorstel op de eerstvolgende vergadering opnieuw aan de orde gesteld. Indien dan wederom de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. De eerstvolgende vergadering zal binnen twee weken worden belegd, tenzij de GOR Rijk anders besluit.

Verslag van de GOR Rijk vergadering

Artikel 10

  1. Zo spoedig mogelijk na iedere vergadering van de GOR Rijk draagt het ambtelijk secretariaat zorg voor een verslag en stelt hij dit concept beschikbaar aan de leden. De leden hebben de mogelijkheid (gemotiveerd) bezwaar te maken tegen de inhoud van het verslag. De GOR Rijk beslist over de inhoud van het verslag en stelt dit vast in de eerstvolgende vergadering.

  2. Het ambtelijk secretariaat draagt zorg voor het bekend maken van het vastgestelde verslag aan de in de ondernemingen werkzame personen en aan de ondernemer, via de bestuurder. Het aan de in de ondernemingen werkzame personen bekend te maken verslag bevat geen gegevens waaromtrent ingevolge artikel 20 van de wet geheimhouding moet worden betracht. Tevens worden hierbij de bepalingen van de vigerende privacywetgeving in acht genomen.

Jaarverslag van de GOR Rijk

Artikel 11

  1. Het ambtelijk secretariaat draagt zorg voor het jaarlijks opstellen voor 1 april van een verslag van de werkzaamheden van de GOR Rijk in het vorige jaar. Dit verslag behoeft de goedkeuring van de GOR Rijk.

  2. Het ambtelijk secretariaat draagt zorg voor bekendmaking van het jaarverslag na de goedkeuring van de GOR Rijk. Tevens draagt het ambtelijk secretariaat zorg voor de bekendmaking van het verslag aan de in de ondernemingen werkzame personen en de ondernemer via de bestuurder, alsmede aan de ondernemingsraden zoals bedoeld in artikel 1 onder c van het reglement.

Slotbepaling

Wijziging en aanvulling van het reglement van de GOR Rijk

Artikel 12

  1. Dit reglement kan worden gewijzigd bij besluit van de GOR Rijk. Het wijzigen van de bijlage van dit reglement, geldt niet als het wijzigen van het reglement waardoor besluitvorming over het wijzigen van de bijlage plaatsvindt conform artikel 9 van het reglement.

  2. In de vergadering waarin wordt besloten het reglement te wijzigen of aan te vullen, dient ten minste twee derde van het aantal leden van de GOR Rijk aanwezig te zijn.

    Vacante zetels tellen niet mee voor het bepalen van het quorum.

    Een dergelijk besluit behoeft een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen. Voor de bepaling of aan dit voorschrift is voldaan, tellen blanco stemmen niet mee.

  3. Voorafgaand aan de vaststelling van de wijziging of aanvulling, stelt de GOR Rijk de bestuurder in de gelegenheid daarover zijn standpunt kenbaar te maken.

  4. Na vaststelling van het reglement door de GOR Rijk wordt het reglement ondertekend door de voorzitter en maakt de GOR Rijk dit bekend aan de in de ondernemingen werkzame personen en verstrekt een exemplaar van het gewijzigde reglement aan de ondernemer via de bestuurder en aan de ondernemingsraden zoals bedoel in artikel 1 onder c van het reglement.

Vastgesteld op 26 januari 2026, gehoord hebbende de bestuurder GOR Rijk

Drs. R.A.M.J. Jans CIA
Voorzitter GOR Rijk

Mevr. C.N. van Schaagen
Secretaris GOR Rijk

Bijlage:1

Artikel 1 lid a

de navolgende onderdelen van de Rijksoverheid:

  • het Ministerie van Algemene Zaken;
  • het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
  • het Ministerie van Buitenlandse Zaken;
  • het Ministerie van Economische Zaken en het Ministerie van Klimaat en Groene Groei;
  • het Ministerie van Financiën;
  • het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat;
  • het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;
  • het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  • het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
  • het Ministerie van Justitie en Veiligheid en het Ministerie van Asiel en Migratie;
  • het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;